שמע  ישראל  יהוה  אלהינו  יהוה  אחד

Onderwerpen

De datum waarop Jezus is gedoopt

door J.C. Plooy


Inleiding
Johannes de Doper
Plaats van de doop
Pesach
Conclusie

Inleiding

De historische betekenis van de doop van Jezus en de daarop volgende retraite van Jezus in de woestijn ten oosten van de Jordaan - het huidige JordaniŽ - kan moeilijk worden overschat. Het was namelijk bij zijn doop, dat Jezus de religieuze ervaring gekregen heeft dat hij door God werd aangewezen om diens Messias te zijn. En het was tijdens zijn retraite naar aanleiding van die ervaring, dat hij die roeping heeft aanvaard. Als deze gebeurtenissen niet hadden plaatsgevonden, zou het christendom waarschijnlijk nooit zijn ontstaan, in ieder geval niet in de vorm waarin wij het kennen. Gelet op de enorme invloed die het christendom op de geschiedenis heeft gehad, zou de wereld er dan heel anders uitgezien hebben. We kunnen dan ook zonder veel overdrijving stellen, dat de doop van Jezus een van de belangrijkste gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis is geweest.

Dat roept de vraag op, wanneer deze ingrijpende gebeurtenis heeft plaatsgevonden. De historische bronnen verschaffen daarover geen rechtstreekse informatie. Er staat nergens met zoveel woorden, wanneer Jezus is gedoopt. Maar de historische bronnen stellen ons wel in staat vast te stellen, in welke maand dat gebeurd moet zijn.

Terug naar begin

Johannes de Doper

De eerste aanwijzing daarvoor vinden we in het feit, dat Jezus gedoopt is door Johannes de Doper, een joodse profeet die destijds veel opzien baarde en met zijn apocalyptische prediking een groot aantal volgelingen wierf [1]. Johannes werd ‘de Doper’ genoemd, omdat hij de joden ertoe opriep zich door hem te laten dopen als teken van bekering tot een nieuw leven in overeenstemming met de Tōrā. Het optreden van Johannes vond plaats aan de oostelijke oever van de Jordaan, aanvankelijk ten oosten van Jericho, later ook in de omgeving van Galilea, en duurde ongeveer twee jaar. Zij begon in het begin van het jaar 29 en eindigde in december van het jaar 30, toen Johannes in opdracht van de joodse vorst Herodes Antipas gevangengezet werd omdat die hem beschouwde als een gevaar voor de openbare orde [2].

Aangezien het historisch vaststaat dat Jezus door Johannes gedoopt is [3], kan de doop van Jezus niet eerder gedateerd worden dan het begin van het jaar 29, toen Johannes met dopen begon, en niet later dan het einde van het jaar 30, toen Johannes gevangengezet werd.

Dit lijkt in strijd te zijn met de informatie in Lucas 3:23, dat Jezus ten tijde van zijn doop ongeveer dertig jaar oud was. Jezus was immers geboren in het najaar van 4 v.Chr. en moet dus in het begin van het jaar 29, toen Johannes met dopen begon, al 31 jaar oud geweest zijn. Het gebruik van het griekse woord hōsei (‘ongeveer’) impliceert echter, dat hij ook enkele jaren ouder dan 30 geweest kan zijn. De evangelist heeft waarschijnlijk slechts willen aangeven, dat Jezus nog jong was, namelijk pas een jaar of dertig. Dat is verenigbaar met een datering in de jaren 29 of 30.

Terug naar begin

Plaats van de doop

Een tweede aanwijzing vinden we in de plaats waar Jezus gedoopt is. Uit Johannes 1:28-34 kan worden afgeleid, Jezus gedoopt is in ‘BethaniŽ over de Jordaan’. Met de uitdrukking ‘over de Jordaan’ werd bedoeld het gebied ten oosten van de Jordaan, het huidige JordaniŽ. Het BethaniŽ waar Jezus gedoopt is, moet dan ook een ander BethaniŽ zijn dan dat waarvan sprake is in Johannes 11 en 12, dat tussen Jericho en Jeruzalem, dus ten westen van de Jordaan lag. In het gebied ten oosten van de Jordaan is bij archeologisch onderzoek tot nu toe geen plaats teruggevonden met de naam ‘BethaniŽ’, dus we kunnen niet precies zeggen waar Jezus gedoopt is. Maar uit hetgeen de evangeliŽn erover vermelden kan worden afgeleid, dat zij gelegen moet hebben in het noorden van het Jordaandal, dicht bij het meer van Galilea - waarschijnlijk aan de oostkant van de Jordaan ter hoogte van het huidige Bet Sje'an [4].

Welnu, het feit dat Jezus door Johannes gedoopt is in het noorden van het Jordaandal, impliceert dat dit niet gebeurd kan zijn nadat Johannes zijn doopactiviteit nog maar amper begonnen was. Johannes was zijn doopactiviteit namelijk begonnen in het zuiden van het Jordaandal, ten oosten van Jericho [5], en heeft zijn werkterrein pas na een aantal maanden, toen zijn beweging groeide en hij het dopen in de Jordaan bij Jericho kon overlaten aan medewerkers, naar het noorden uitgebreid [6]. De doop van Jezus heeft dus niet eerder plaatsgevonden dan nadat Johannes zijn activiteit na een aantal maanden vanuit het zuiden had uitgebreid tot ‘de gehele Jordaanstreek’ (MattheŁs 3:5, Lucas 3:3). Dat Johannes op dat moment al veel aanhangers had, wordt bevestigd door Lucas 3:21 [7]. Gelet op deze omstandigheden kan Jezus niet eerder gedoopt zijn dan in de vroege zomer van het jaar 29.

Terug naar begin

Pesach

Een derde aanwijzing is, dat Jezus 2 ŗ 3 maanden voor het Pesachfeest gedoopt is. Dit kan worden afgeleid uit twee gegevens in de evangeliŽn. Ten eerste blijkt uit MattheŁs 4:1-11, Marcus 1:12-13 en Lucas 4:1-14, dat Jezus zich kort na zijn doop heeft teruggetrokken in de woestijn, waar hij gedurende 40 dagen heeft rondgezworven. Ten tweede is hij na afloop van deze retraite bij Johannes teruggekeerd, kort voordat de pelgrims uit Galilea wegens het Pesachfeest naar Jeruzalem zouden vertrekken (Johannes 1:29-2:13). Uit deze gegevens volgt, dat Jezus 3 ŗ 4 weken voor het feest bij Johannes is teruggekeerd en zich dus 9 ŗ 10 weken voor het feest heeft teruggetrokken in de woestijn [8]. Dat betekent dat Jezus 10 ŗ 12 weken voor het Pesachfeest gedoopt moet zijn [9].

Aangezien het Pesachfeest in het jaar 30 begin april begon, kan hieruit worden afgeleid dat Jezus gedoopt is in januari van dat jaar.

Terug naar begin

Conclusie

Jezus is gedoopt in januari van het jaar 30.

Terug naar begin


1. Het optreden van Johannes de Doper wordt niet alleen in de Bijbel vermeld, maar ook in Flavius Josefus, Antiquitates Judaicae, 18.5.2.
2. Het begin van Johannes' optreden kan worden gedateerd op grond van Lucas 3:1-3. Zoals uit die passage blijkt, begon Johannes te dopen nadat hij in het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius een openbaring van God ontvangen had. De regering van Tiberius begon in augustus van het jaar 14. Het vijftiende regeringsjaar van Tiberius begon dus in augustus van het jaar 28. Johannes kan zijn openbaring daarom op zijn vroegst gekregen hebben in augustus van het jaar 28. Het kan later geweest zijn, maar niet eerder. Er moeten daarna nog enkele maanden van bezinning en voorbereiding verstreken zijn, voordat Johannes in de openbaarheid trad. Het openbare optreden van Johannes kan dus niet eerder begonnen zijn dan aan het eind van het jaar 28 of in het begin van het jaar 29. Het meest waarschijnlijk lijkt, dat Johannes zijn doopactiviteit begonnen is in het begin van de lente van het jaar 29, omstreeks het Pesachfeest, toen veel pelgrims de Jordaan passeerden. Op grond daarvan is het begin van zijn optreden te dateren in januari of februari van dat jaar. Het einde van Johannes' optreden wordt bepaald door het moment waarop hij gevangen genomen werd. Dit kan niet later geweest zijn dan het begin van het jaar 31, omdat Jezus al in het voorjaar van het jaar 33 gekruisigd is en diens prediking in Galilea - die pas na de gevangenneming van Johannes begonnen was (MattheŁs 4:12, Marcus 1:14) - minstens 2 jaar geduurd heeft. De reis van Jezus naar Galilea, die beschreven is in Johannes 4:1-44, is naar alle waarschijnlijkheid ondernomen omdat bekend geworden was, dat Johannes en zijn medewerkers het gevaar liepen gevangen genomen te worden. Johannes 4:35 wijst erop, dat de reis heeft plaatsgevonden in december (vier maanden voor de eerste oogst). Uit MattheŁs 4:12 en Marcus 1:14 blijkt, dat Johannes al in diezelfde tijd gevangen gezet was. Johannes moet dus in december van het jaar 29 of in december van het jaar 30 gevangengenomen zijn. De eerste mogelijkheid is niet aannemelijk, omdat het openbare optreden van Johannes dan niet langer dan 1 jaar geduurd zou hebben, hetgeen niet verenigbaar is met het feit dat hij gelet op informatie van Flavius Josefus en de actie van Herodes Antipas tegen hem invloedrijk geweest moet zijn en een serieuze bedreiging kon vormen voor de openbare orde. Ook het feit dat de doop van Jezus pas heeft plaatsgevonden nadat de doopactiviteit van Johannes al geruime tijd aan de gang was, terwijl Jezus toch 2 ŗ 3 maanden voor het Pesachfeest gedoopt is (zie hierna), laat zich alleen verklaren als de doopactiviteit van Johannes minstens tot in het jaar 30 heeft voortgeduurd. Op grond van deze gegevens is de gevangenneming van Johannes te dateren in december van het jaar 30.
3. Dit wordt bevestigd door twee onafhankelijke bronnen: Marcus en Johannes.
4. Uit MattheŁs 3:13 en Marcus 1:9 kan worden afgeleid, dat Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan is gegaan om zich door Johannes te laten dopen. Het is bekend dat Johannes in ieder geval in het zuiden van het Jordaandal heeft gedoopt, ter oosten van Jericho. Als BethaniŽ in het zuiden van het Jordaandal gelegen had, ten oosten van Jericho - het gebied waar Johannes zijn doopactiviteit begonnen was -, zou Jezus minstens enkele dagen nodig gehad hebben om via de Dekapolis en Perea bij Johannes te komen. De formulering van Marcus 1:9 en MattheŁs 3:13, die geen enkele aanwijzing bevat dat Jezus eerst een lange reis heeft moeten maken om vanuit Galilea bij Johannes te komen, wijst er dan ook op dat BethaniŽ niet in het zuiden van het Jordaandal lag, maar in het noorden. Dit wordt bevestigd door Johannes 2:1-2. Volgens Johannes 1:29-52 heeft Jezus zijn eerste discipelen geworven in de plaats waar hij was gedoopt. Vervolgens vermeldt Johannes 2:1-2, dat ‘op de derde dag’ - dat wil zeggen 2 dagen na de voorafgaande gebeurtenissen - in Kana een bruiloft begon, waar ook Jezus en zijn discipelen aanwezig waren. Aangezien Jezus op de dag vůůr de bruiloft moet zijn aangekomen om er op gepaste wijze aan te kunnen deelnemen, volgt daaruit, dat BethaniŽ op maximaal 1 dagreis afstand van Kana lag. Omdat Kana bijna 10 km ten noordoosten van Nazareth lag, kan BethaniŽ daarom niet veel zuidelijker gelegen hebben dan het meer van Galilea. Dat Johannes ook in dit deel van het Jordaandal, dat tot de Dekapolis behoorde, gedoopt heeft, wordt bevestigd door Johannes 3:23, waaruit blijkt dat Johannes gedoopt heeft in Ainon bij Salim, waarschijnlijk ongeveer 12 km ten zuiden van het huidige Bet She'an.
5. Dit kan worden afgeleid uit MattheŁs 3:1 en Marcus 1:5, waaruit blijkt dat Johannes zijn doopactiviteit begon in de woestijn van Judea. Ook zijn verwantschap met de esseense gemeenschap van Qumran maakt het aannemelijk dat hij zijn prediking begonnen is in de woestijn ten oosten van Jeruzalem, in de omgeving van Qumran, en in eerste instantie doopte in de Jordaan ten oosten van Jericho.
6. Dat Johannes het dopen bij Jericho na verloop van tijd overliet aan medewerkers, terwijl hij zijn eigen werkterrein naar het noorden verplaatste, wordt bevestigd door Johannes 3:22-23.
7. De mededeling, dat Jezus zich liet dopen ‘terwijl al het volk gedoopt werd’, impliceert dat Johannes op dat moment veel aanhangers had.
8. Na zijn terugkeer op de plaats waar hij door Johannes gedoopt was, heeft Jezus gedurende 4 dagen zijn eerste discipelen geworven (Johannes 1:29-52). Vervolgens is hij naar Nazareth gegaan om zich van daaruit te voegen bij de gasten voor een bruiloft in Kana (Johannes 2:1-11). Het verblijf bij Johannes vůůrdat Jezus zijn eerste discipelen wierf, de werving van de eerste discipelen, de reis naar Nazareth en de bruiloft in Kana zullen in totaal ongeveer 2 weken hebben geduurd. Na afloop van de bruiloft zal Jezus naar Nazareth teruggekeerd zijn, van waaruit hij volgens Johannes 2:12-13 naar KapernaŁm vertrokken is, waar hij in afwachting van de pelgrimstocht naar Jerusalem ‘niet vele dagen’ met zijn moeder, broeders en discipelen verbleven heeft. Deze gebeurtenissen zullen tezamen ongeveer een week hebben geduurd. Tezamen met de pelgrimstocht van enkele dagen en het verblijf in Jeruzalem voordat het feest begon, betekent dit dat Jezus 3 ŗ 4 weken voor het begin van het feest uit de woestijn was teruggekeerd. Aangezien de retraite in de woestijn ongeveer 6 weken had geduurd, moet Jezus zich dus 9 ŗ 10 weken voor het begin van het feest in de woestijn hebben teruggetrokken.
9. Aangenomen mag worden, dat Jezus niet onmiddellijk na zijn doop de woestijn ingegaan is, maar 1 ŗ 2 weken daarna. Uit de beschrijving in Lucas 4:1 kan namelijk worden afgeleid, dat Jezus eerst naar Nazareth teruggekeerd is en vervolgens door de Geest van God werd geÔnspireerd om zich een tijdlang in de woestijn terug te trekken. Dit betekent dat Jezus zich eerst heeft bezonnen op de messiaanse roeping die hij bij zijn doop ontvangen had, voordat hij besloot tot een retraite in de woestijn.


Deze site is in ontwikkeling en zal geleidelijk worden verbeterd en aangevuld.
Ik raad u daarom aan mij geregeld te bezoeken om kennis te nemen van eventuele updates.
© Jacobus C. Plooy, DJC
Datum laatste update van deze pagina: 18 augustus 2015